Bijbel vertalen

Waarom een vertaling niet alleen maar het vervangen van woorden is.

א α
5 lessenzelfstandig te volgen3 zelftoetsvragen per lesmet voorbeelden

Voor wie?

Deze cursus is bedoeld voor geïnteresseerde lezers zonder voorkennis van Hebreeuws of Grieks.

Wat leer je?

Na deze cursus begrijp je waarom Bijbelvertalingen van elkaar verschillen, wat het verschil is tussen brontekstgericht en betekenisgericht vertalen, waarom woorden meerdere betekenissen kunnen hebben en waarom beelden en culturele concepten vaak moeilijk te vertalen zijn. Je leert ook hoe je verschillen tussen vertalingen kunt gebruiken als ingang voor eigen Bijbelstudie.

Hoe gebruik je de cursus?

Lees de lessen in volgorde of kies links rechtstreeks een onderwerp. Elke les eindigt met drie zelftoetsvragen. Je voortgang wordt alleen in je eigen browser bewaard.

LES 1

Vertalen is altijd kiezen

Van brontekst naar doeltaal

תרגום

Een vertaling lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: je leest een zin in taal A en schrijft dezelfde zin in taal B. Maar zodra je het echt probeert, merk je dat taal niet uit losse etiketten bestaat. Woorden krijgen hun betekenis in zinnen, situaties, gewoonten en culturen. Daarom is vertalen nooit alleen woorden vervangen. Vertalen is voortdurend kiezen.

1. Brontaal en doeltaal

De taal waarin een tekst oorspronkelijk geschreven is, noemen we de brontaal. De taal waarin we die tekst overzetten, is de doeltaal. Bij de Bijbel zijn de belangrijkste brontalen Hebreeuws, (een beetje) Aramees en Grieks. Voor Nederlandstalige lezers is Nederlands de doeltaal. Dat klinkt overzichtelijk, maar tussen die talen liggen niet alleen eeuwen geschiedenis, maar ook grote verschillen in grammatica, woordgebruik, stijl en cultuur.

Neem de uitdrukking “spijkers op laag water zoeken”. Wie alleen woorden vervangt, krijgt bijvoorbeeld in het Engels iets als “to look for nails at low tide”. De woorden zijn herkenbaar, maar de betekenis is verdwenen. Een goede vertaler vraagt dus niet alleen: welk Engels woord hoort bij ‘spijker’? De echte vraag is: wat wil deze uitdrukking zeggen, en hoe zeg ik dát in het Engels?

Kernzin
Een vertaling is geen kopie van woorden, maar een poging om betekenis over te dragen.

2. Twee uitersten op één schaal

Bij Bijbelvertalingen wordt vaak gesproken over een letterlijke en een betekenisgerichte manier van vertalen. Het is nuttiger om die niet als twee volledig gescheiden methoden te zien, maar als twee uiteinden van een schaal. Aan de ene kant probeert een vertaling de vorm van de brontekst zo veel mogelijk zichtbaar te houden. Aan de andere kant probeert een vertaling vooral duidelijk te maken wat de tekst in de nieuwe taal betekent.

Een brontekstgerichte vertaling bewaart bijvoorbeeld vaker de volgorde van woorden, herhalingen en vaste termen. Dat is nuttig voor wie wil zien hoe de oorspronkelijke tekst is opgebouwd. Het nadeel is dat de Nederlandse zin stroef of vreemd kan klinken. Een betekenisgerichte vertaling kiest gemakkelijker een andere formulering als daarmee de bedoeling voor de lezer duidelijker wordt. Het voordeel is leesbaarheid; het nadeel is dat de interpretatie van de vertaler sterker in de uiteindelijke tekst naar voren komt.

De Statenvertaling is een bekend voorbeeld van een vertaling die relatief dicht bij de vorm van de brontekst wil blijven. Moderne vertalingen zoals de NBV/NBV21 proberen daarentegen vaker rekening te houden met de functie en betekenis van een zin in het geheel. Geen van beide benaderingen ontsnapt echter aan interpretatie. Ook de keuze om “zo letterlijk mogelijk” te vertalen is al een keuze.

3. Letterlijk kan onduidelijk worden

Stel dat een Bijbelse tekst zegt dat iemand “een harde nek” heeft. Een letterlijke Nederlandse vertaling is mogelijk, maar een lezer kan denken aan spierpijn. In de Bijbelse beeldtaal gaat het om koppigheid of onwil om zich te laten leiden. De vertaler moet dan beslissen: laat ik het beeld staan en verwacht ik dat de lezer het begrijpt, voeg ik uitleg toe, of vertaal ik meteen de bedoelde betekenis?

Dat probleem is nog duidelijker bij metaforen. In Amos 4:6 staat letterlijk een uitdrukking die neerkomt op “reinheid van tanden”. Wie dat zonder context leest, kan aan tandverzorging denken. In de tekst betekent het juist dat er niets te eten is: de tanden blijven schoon omdat voedsel ontbreekt. De vertaler kan dus het beeld bewaren of rechtstreeks “honger” weergeven. Beide keuzes winnen iets en verliezen iets.

4. Betekenisgericht kan te veel invullen

Ook een soepele vertaling heeft risico’s. Zodra een vertaler uitlegt wat een beeld “eigenlijk” betekent, legt hij één interpretatie vast. Misschien bevat het oorspronkelijke beeld meer lagen dan een Nederlandse omschrijving kan bewaren. Een beeld van een leeuw kan bijvoorbeeld tegelijk kracht, gevaar, koninklijkheid en dreiging oproepen. Wie het vertaalt met alleen “aanvaller”, maakt één aspect duidelijk, maar andere associaties verdwijnen.

Daarom is vertalen altijd zoeken naar evenwicht. Soms is een vreemd beeld juist waardevol en moet de lezer begrijpen wat het betekent in de oorspronkelijke context. Soms maakt een letterlijke weergave de tekst nodeloos onbegrijpelijk. Een goede vertaler vraagt telkens opnieuw wat in een tekst het belangrijkst is: de precieze vorm, de betekenis, het beeld, of een combinatie daarvan.

5. De vertaler is zichtbaar, ook wanneer hij onzichtbaar wil zijn

Vertalers proberen vaak zo weinig mogelijk tussen de tekst en de lezer te gaan staan. Toch is volledige onzichtbaarheid onmogelijk. De vertaler kiest welke betekenis van een woord past, waar een zin begint en eindigt, hoe een dubbelzinnigheid wordt opgelost en welke vertaalstijl geschikt is. Bij oude teksten komt daar nog bij dat de vertaler een wereld moet begrijpen die sterk verschilt van de onze.

Bijbelvertalen is daarom niet alleen taalwerk. Het vraagt kennis van geschiedenis, cultuur, grammatica, literatuur en interpretatie. Dat maakt vertalen niet onbetrouwbaar. Het maakt juist duidelijk waarom verschillende goede vertalingen naast elkaar kunnen bestaan. Soms laten twee vertalingen twee verschillende mogelijkheden zien die allebei in de brontekst besloten liggen.

Letterlijk

vorm zichtbaar

Handig om herhalingen, woordkeus en structuur van de brontekst te herkennen.

Betekenisgericht

functie zichtbaar

Handig wanneer een letterlijke formulering in het Nederlands iets anders oproept dan in de brontaal.

6. Waarom meerdere vertalingen lezen?

Wie zonder kennis van Hebreeuws of Grieks toch iets van de vertaalkeuzes wil zien, kan verschillende Bijbelvertalingen naast elkaar leggen. Als drie vertalingen bijna hetzelfde zeggen, is de betekenis waarschijnlijk relatief duidelijk. Als ze sterk verschillen, is dat vaak een signaal dat er in de brontekst meerdere mogelijkheden zijn: een moeilijk woord, een ongewone grammaticale constructie, een metafoor of een tekstvariant.

Dat is geen reden om te denken dat “alles maar relatief” is. Het betekent alleen dat taal rijker is dan een één-op-één woordenlijst. Een vertaling kan heel betrouwbaar zijn en toch niet ieder detail van de oorspronkelijke tekst tegelijk bewaren.

Verwerking

Zelftoets

Beantwoord eerst zelf. Open daarna het mogelijke antwoord.

1

Waarom is een letterlijke vertaling niet automatisch een neutrale vertaling?

Mogelijk antwoord

Omdat ook de keuze om de vorm van de brontekst te bewaren interpretatieve beslissingen vraagt: welk Nederlands woord kies je, hoe bouw je de zin, en welke betekenis van een woord past in de context?

2

Wat is het belangrijkste verschil tussen een brontekstgerichte en een betekenisgerichte vertaling?

Mogelijk antwoord

De eerste probeert vooral vorm en structuur van de brontekst zichtbaar te houden; de tweede probeert vooral de functie en betekenis voor de nieuwe lezer duidelijk te maken. In de praktijk liggen moderne vertalingen op een schaal tussen beide.

3

Waarom kan het nuttig zijn om twee of drie Bijbelvertalingen naast elkaar te lezen?

Mogelijk antwoord

Verschillen tussen vertalingen laten vaak zien waar de brontekst meerdere mogelijkheden bevat of waar een vertaler een bijzondere keuze heeft moeten maken.

LES 2

Een woord is meer dan een woord

Semantisch bereik, grammatica en dubbelzinnigheid

תרגום

Een woordenboek lijkt zekerheid te geven: bij een woord staat een vertaling. Maar woorden hebben bijna nooit één vaste betekenis. Ze hebben een semantisch bereik: een verzameling betekenissen die afhankelijk van de context naar voren kunnen komen. Voor Bijbelvertalers is juist dat een van de grootste uitdagingen.

1. Een voorbeeld: het woord shem

Het Hebreeuwse woord שֵׁם (shem) betekent meestal “naam”. Toch is “naam” niet in elke context voldoende. Iemands naam kan staan voor zijn identiteit, reputatie, herinnering of nageslacht. Wanneer in een tekst wordt gezegd dat een naam niet zal worden uitgewist, gaat het niet alleen om letters op papier: het gaat om het voortbestaan van iemands herinnering en plaats binnen de gemeenschap.

Ook wanneer over Gods “Naam” wordt gesproken, kan het woord meer betekenen dan een aanduiding. De Naam kan duiden op Gods aanwezigheid, zijn gezag of zijn 'wezen'. De vertaler moet dus telkens vragen welke laag in deze zin het sterkst meespeelt. Als overal automatisch “naam” staat als vertaling, blijft de brontekst zichtbaar, maar moet de lezer zelf ontdekken welke betekenis bedoeld wordt.

2. De context bepaalt

In het dagelijks Nederlands gebeurt hetzelfde. Het woord “bank” kan een zitmeubel zijn of een financiële instelling. Niemand heeft daar moeite mee, omdat de zin meestal onmiddellijk duidelijk maakt welke betekenis bedoeld is. Bij oude talen is dat lastiger. Soms hebben we weinig vergelijkingsmateriaal. Sommige Bijbelse woorden komen zelden of zelfs maar één keer voor. Dan kunnen vertalers minder gemakkelijk andere zinnen vergelijken om de precieze betekenis vast te stellen.

Een beroemd probleem staat in Prediker 2:25. Een zeldzaam woord is daar verschillend uitgelegd. Sommige vertalingen verbinden het met genieten, andere vertalingen hebben precies het tegenovergestelde: je zorgen maken. Juist bij zo’n woord wordt zichtbaar dat vertalen niet alleen een woordenboekkwestie is: de vertaler moet grammatica, context, oude vertalingen en mogelijke verwante woorden tegen elkaar afwegen.

3. Adelphoi: “broeders” of “broeders en zusters”?

In het Grieks van het Nieuwe Testament komt adelphoi vaak voor. Letterlijk is dat het meervoud van “broer”. Maar in een gemengde groep kan het woord mannen én vrouwen omvatten. Dat levert een typisch vertaalprobleem op. Wie alleen de vorm volgt, schrijft “broeders”. Wie de bedoelde groep zichtbaar wil maken, schrijft “broeders en zusters”.

De eerste keuze laat goed zien welk Grieks woord er precies staat. De tweede keuze laat echter zien wie er aangesproken worden, waardoor de vrouwen in de vertaling niet worden uitgesloten. Letterlijk vertaald is 'broeders' correct, maar een Griekse lezer zou bij het woord ook denken aan vrouwen die aangesproken worden, terwijl dat in de Nederlandse vertaling niet zo is.

Vraag voor de vertaler
Wil ik vooral laten zien welk woord er staat, of wie ermee bedoeld worden?

4. Grammatica kan meer dan één lezing toelaten

Niet alleen woorden, ook grammaticale constructies kunnen dubbelzinnig zijn. In Romeinen 3:22 en andere teksten komt de uitdrukking pistis Iesou Christou voor. Pistis kan “geloof” betekenen, maar ook “trouw”. De naam “Jezus Christus” staat in een vorm die verschillende relaties tussen de woorden kan uitdrukken. Daardoor ontstaat een boeiende vraag: gaat het om geloof in Jezus Christus, om zijn trouw of om het geloof van Jezus Christus (in God)?

Een vertaling moet vaak kiezen, terwijl de Griekse vorm zelf de discussie niet volledig oplost. Soms kan een voetnoot helpen: de hoofdtekst geeft een keuze, terwijl een noot vermeldt dat een andere vertaling mogelijk is. Daarmee erkent de vertaler dat de brontekst op dit punt meer open is dan een Nederlandse zin kan tonen.

5. Stammen en resonantie in het Hebreeuws

Bijbels Hebreeuws werkt met woordstammen of 'wortels'. Meestal worden woorden gevormd op basis van een drie-letter stam. Een beetje zoals het volgende voorbeeld met het Nederlandse werkwoord 'klagen'. Op basis van dit woord kun je de volgende woorden maken: beklaagde, aanklager, aangeklaagde, klager, klacht, geklaagd, beklagen. Telkens wordt daarbij een ander aspect van het 'stamwoord' benadrukt. Het Hebreeuws kent in het schrift geen klinkers, dus de mogelijkheden om een bepaald woord (geschreven met enkel medeklinkers) te lezen is veel groter dan in onze taal. Deze verschillende mogelijkheden kunnen in een tekst 'mee-resoneren', in de zin dat ze een associatie kunnen geven naar een ander woord en dus een andere betekenis. Dit is uiteraard heel moeilijk (of bijna onmogelijk) te vertalen. 

Omgekeerd kan het ook zo zijn dat een Hebreeuwse auteur in drie opeenvolgende zinnen verschillende vormen van dezelfde stamwortel gebruikt. Een Nederlandse vertaler kan voor elke vorm een heel ander Nederlands woord nodig hebben. De inhoud kan dan correct worden weergegeven, terwijl de literaire samenhang minder zichtbaar wordt.

6. Eén woord kan een wereld aan betekenissen oproepen

Een woord draagt ook culturele associaties. “Vader”, “koning”, “woestijn”, “huis” en “brood” roepen bij ons beelden op die niet precies dezelfde zijn als bij mensen in het Oude Nabije Oosten. Een vertaler kan die hele achtergrond nooit met één Nederlands woord weergeven. De betekenissen die een woord of begrip opriepen voor de oorspronkelijke lezers van de Bijbel, verschillen voor een groot deel met die van ons nu, 2000-3000 jaar later. Hoe een lezer een woord of begrip begrijpt is afhankelijk van veel factoren: de persoonlijke situatie, de kennis van de taal, de wereld waarin iemand leeft, de kennis die men heeft, ervaringen die men heeft opgedaan, etc. Zo betekent een begrip als 'water' voor iemand in de woestijn in Israël iets anders dan in ons doorgaans natte West-Europa (hoewel dat door de laatste droogteperioden ook weer verandert). Je kunt daarom een woord als 'brood' prima vertalen, maar we moeten in gedachten houden dat dit niet noodzakelijk hetzelfde betekent voor ons als voor de Bijbelschrijver. Daarom zijn voetnoten, inleidingen en goede toelichtingen geen overbodige luxe, maar een manier om verloren context terug te geven.

De lezer speelt dus zelf een belangrijke rol bij de interpretatie van de tekst. Dat is dan tussen de oude tekst en de lezer nu. Maar lezers verschillen ook onderling in taal, cultuur en context. Dat geldt natuurlijk als zij uit verschillende landen komen die geografisch ver uit elkaar liggen. Maar zelfs voor mensen die dezelfde taal spreken kan een woord anders geïnterpreteerd worden. Twee Nederlandstalige lezers kunnen hetzelfde woord anders ervaren. Een woord kan in Vlaanderen anders klinken dan in Nederland, in een kerkelijke omgeving anders dan daarbuiten, en voor een jongere anders dan voor iemand van tachtig. De vertaling eindigt dus niet bij de vertaler: elke lezer geeft ook weer betekenis aan een tekst.

7. Wat doe je als vertaler?

Een zorgvuldige vertaler werkt in verschillende stappen. Eerst wordt de grammaticale vorm vastgesteld. Daarna worden mogelijke betekenissen verzameld. Vervolgens wordt gekeken welke betekenis het beste past bij de zin, de alinea en het boek als geheel. Ook historische en culturele gegevens spelen mee. Pas daarna komt de vraag: welk Nederlands woord of welke Nederlandse formulering brengt deze betekenis het best over?

Soms is het resultaat heel eenvoudig. Soms blijft er onzekerheid bestaan. Een goede vertaling verbergt die onzekerheid niet altijd, maar kan ze zichtbaar maken met een voetnoot of een alternatieve lezing.

Verwerking

Zelftoets

Beantwoord eerst zelf. Open daarna het mogelijke antwoord.

1

Wat bedoelen we met het semantisch bereik van een woord?

Mogelijk antwoord

Dat een woord meerdere mogelijke betekenissen en associaties heeft, waarvan de context bepaalt welke betekenis in een bepaalde zin op de voorgrond staat.

2

Waarom kan ‘broeders en zusters’ bij adelphoi inhoudelijk nauwkeuriger zijn dan alleen ‘broeders’?

Mogelijk antwoord

Omdat het Griekse meervoud in een gemengde groep inclusief kan functioneren. ‘Broeders’ bewaart de vorm, maar kan in modern Nederlands vrouwen uitsluiten terwijl de Griekse aanspreekvorm dat niet noodzakelijk doet.

3

Wat kan een vertaling doen wanneer de brontekst echt dubbelzinnig blijft?

Mogelijk antwoord

Een keuze maken in de hoofdtekst en de andere mogelijkheid in een voetnoot noemen, of een formulering zoeken die de openheid zoveel mogelijk bewaart.

LES 3

Beelden moeten worden uitgelegd

Metaforen, uitdrukkingen en concepten

תרגום

Een Bijbelvertaler vertaalt niet alleen taal, maar ook een wereld. Beelden die voor de eerste hoorders onmiddellijk duidelijk waren, kunnen voor ons vreemd, grappig of zelfs misleidend zijn. Daarom is kennis van cultuur vaak even belangrijk als kennis van woorden.

1. Metaforen: meer dan versiering

Een metafoor is een beeld waarmee iets anders wordt gezegd. Wanneer Hosea God vergelijkt met een leeuw, gaat het niet om dierkunde. De leeuw maakt dreiging, kracht en aanval voelbaar. Een vertaler kan het beeld letterlijk bewaren — “Ik ben als een leeuw” — of de functie explicieter maken — bijvoorbeeld dat God Efraïm als een leeuw zal aanvallen. De eerste versie laat de lezer zelf het beeld interpreteren; de tweede legt een deel van de betekenis uit.

In Hooglied komen beelden voor die voor moderne lezers ongewoon zijn. “Je ogen zijn als duiven” klinkt niet als een hedendaagse liefdeszin, maar de vreemde formulering is juist deel van de poëzie. Wie zo’n beeld volledig vervangt door “je hebt mooie ogen” maakt de bedoeling duidelijker, maar verarmt de poëtische taal.

2. Voorbeeld: “Reine tanden” in Amos

Amos 4:6 gebruikt een beeld dat letterlijk kan worden weergegeven als “reinheid van tanden”. Uit de context volgt dat er gebrek aan brood is. Het beeld betekent dus niet dat de mensen goed voor hun gebit zorgen, maar dat ze niets te eten hebben. Een vertaler moet kiezen: blijft het beeld staan, zodat de lezer iets van de oude formulering proeft, of wordt de betekenis rechtstreeks met “honger” weergegeven?

Er bestaat geen universele oplossing. In een studievertaling kan het waardevol zijn het beeld te bewaren en in een voetnoot uit te leggen. In een vertaling voor mensen die weinig vertrouwd zijn met Bijbelse beeldtaal kan een betekenisgerichte formulering juist geschikter zijn.

3. Uitdrukkingen kun je niet woord voor woord meenemen

Iedere taal heeft vaste uitdrukkingen. “Aan iemands lippen hangen” betekent niet dat iemand letterlijk aan lippen hangt. “De hond in de pot vinden” gaat niet over een huisdier in kookgerei. In de Bijbel komt in het Hebreeuws vaak de uitdrukking voor: 'De neus van God wordt rood'. Hiermee wordt niet bedoeld dat God een neus heeft en al helemaal niet welke kleur deze zou hebben. De uitdrukking geeft aan dat God boos wordt. Als je dit letterlijk vertaalt, begrijpt niemand er iets van. Een goede vertaler zoekt daarom naar de betekenis van de uitdrukking en probeert deze weer te geven.

Bij oude teksten is het soms moeilijker om die betekenis vast te stellen. Een uitdrukking kan bijvoorbeeld verwijzen naar een gewoonte die wij niet meer kennen. Dan moet de vertaler eerst historicus worden: wat deden mensen, hoe leefden ze, welke sociale regels kenden ze, welke voorwerpen gebruikten ze? Pas daarna kan hij bepalen wat een zin waarschijnlijk betekende en ervoor kiezen om dit in de vertaling naar voren te brengen.

4. Hooglied 1:5 en sociale associaties

In Hooglied 1:5 zegt de vrouw dat zij donker is, doch bekoorlijk. De woorden zijn op zichzelf niet moeilijk, maar hun sociale achtergrond vraagt uitleg. In een landbouwsamenleving kon een door de zon gebruinde huid samenhangen met werken buiten. Dat zegt iets over sociale positie en schoonheidsidealen. Moderne lezers kunnen dezelfde woorden vanuit heel andere maatschappelijke discussies horen. Een vertaling kan die historische laag niet volledig in de hoofdtekst stoppen, maar een toelichting kan helpen voorkomen dat een moderne associatie automatisch op de oude tekst wordt gelegd.

5. Wanneer een cultuur een begrip niet kent

De uitdaging wordt nog groter wanneer een doeltaal geen woord heeft voor iets dat in de Bijbel voorkomt. In vertaalprojecten in West-Afrika is bijvoorbeeld de vraag gesteld hoe “sneeuw” moet worden weergegeven in een taalgebied waar sneeuw geen deel van de gewone ervaring is. Jesaja 1:18 gebruikt juist het wit van sneeuw als krachtig beeld.

Je kunt dan verschillende dingen doen: het vreemde woord behouden en uitleggen, een omschrijving gebruiken (“iets dat helder wit is”), of zoeken naar een lokaal beeld met dezelfde functie. Elke oplossing heeft een prijs. Vervang je sneeuw door een plaatselijk wit voorwerp, dan wordt de betekenis toegankelijker, maar verandert het Bijbelse beeld. Laat je “sneeuw” staan, dan blijft de brontekst dichterbij, maar moet de lezer een onbekend begrip leren.

6. Links en rechts zijn niet overal neutraal

In Spreuken 3:16 worden lengte van dagen, rijkdom en eer verbonden met rechter- en linkerhand. In sommige culturen heeft de rechterhand een duidelijk hogere sociale status dan de linkerhand. Wie iets geeft, gebruikt de rechterhand; de linkerhand kan met lichamelijke verzorging (onrein) worden geassocieerd. Daardoor hoort een lezer in zo’n cultuur een extra tegenstelling die een Nederlandse lezer misschien nauwelijks voelt.

De vertaler moet dus niet alleen vragen wat een woord betekent, maar ook welke associaties het oproept in de doeltaal. Soms creëert een letterlijke vertaling onbedoeld een nieuwe betekenis die in de brontekst niet aanwezig was.

7. Azijn, sneeuw en andere onbekende dingen

Spreuken 10:26 vergelijkt de luiaard met azijn voor de tanden en rook voor de ogen. Wat doe je als de doeltaal geen gewoon woord voor azijn heeft? Omschrijf je het als een zure vloeistof? Gebruik je een leenwoord? Kies je een plaatselijk product dat hetzelfde onaangename gevoel oproept? De keuze hangt af van het doel van de vertaling.

Dit laat zien dat vertalen altijd meer is dan “dezelfde woorden in een andere taal”. Soms bestaat het Nederlandse of lokale equivalent eenvoudigweg niet. De vertaler moet dan een brug bouwen tussen twee werelden.

8. Cultureel begrip voorkomt vreemde conclusies

Een tekst kan taalkundig correct vertaald zijn en toch verkeerd begrepen worden als de culturele achtergrond ontbreekt. Daarom werken Bijbelvertalers vaak samen met historici, archeologen, antropologen en lokale taalgebruikers. Vooral die laatste groep is belangrijk: iemand kan een taal grammaticaal kennen en toch niet voelen welke formulering natuurlijk, beleefd, kwetsend of dubbelzinnig klinkt.

Vertalen tussen culturen
De vraag is niet alleen “Wat staat er?”, maar ook “Wat hoorde een mens toen?” en “Wat hoort een mens nu?”

9. De doeltaal verandert

Zelfs een goede vertaling veroudert. Woorden veranderen van betekenis, zinsbouw verandert en sommige woorden verdwijnen uit het dagelijks gebruik. Een duidelijk voorbeeld is het gebruik van het woord 'wijf'. In Oud-Nederlands is dit een gewoon woord voor vrouw. In latere tijden heeft het echter een zeer negatieve klank gekregen en kunnen we het dus niet meer gebruiken als een neutraal woord. Zo zijn er veel woorden die in de loop van de tijd in het alledaagse gebruik een andere betekenis krijgen. Dat verklaart waarom er telkens nieuwe Bijbelvertalingen verschijnen. Een herziening betekent daarbij niet automatisch dat de oude vertaling “fout” was. Soms is vooral de doeltaal veranderd.

Dat geldt ook binnen een taalgebied. Nederlands in Nederland en Vlaanderen is grotendeels dezelfde taal, maar bepaalde woorden, gevoelswaarden en uitdrukkingen verschillen. Wanneer een Nederlander spreekt over 'half twee' als tijdsaanduiding, kan dit voor een West-Vlaming begrepen worden als 14.30 uur. Je komt dan een uur te laat of te vroeg... Een vertaalteam moet daarom voortdurend nagaan hoe hedendaagse lezers een zin begrijpen.

ls Verwerking

Zelftoets

Beantwoord eerst zelf. Open daarna het mogelijke antwoord.

1

Waarom kan het bewaren van een metafoor belangrijk zijn, ook als die vreemd klinkt?

Mogelijk antwoord

Omdat een metafoor meer kan overbrengen dan één uitleg: sfeer, emotie, meerdere associaties en betekenissen. Een letterlijke vertaling kan die lagen verliezen.

2

Wat is het probleem wanneer een doeltaal geen woord heeft voor ‘sneeuw’ of ‘azijn’?

Mogelijk antwoord

De vertaler moet kiezen tussen een vreemd begrip behouden en uitleggen, het omschrijven, of een cultureel vergelijkbaar beeld gebruiken. Elke keuze bewaart iets en verliest iets.

3

Waarom is kennis van de doelcultuur net zo belangrijk als kennis van de brontaal?

Mogelijk antwoord

Omdat een correct vertaald woord in de nieuwe cultuur andere associaties kan oproepen. De vertaler moet weten hoe echte lezers de formulering horen en begrijpen.

LES 4

Wat verdwijnt er in vertaling?

Bijzondere kenmerken van de taal & het vertaalproces

תרגום

Zelfs wanneer alle woorden inhoudelijk goed vertaald zijn, kan er toch iets verloren gaan. Bijbelse teksten communiceren ook door klank, ritme, herhaling, woordspel en structuur. Een vertaling kan veel bewaren, maar zelden alles tegelijk.

1. Betekenis zit niet alleen in woorden

Een gedicht is meer dan de woordenboekbetekenis van de afzonderlijke woorden. Rijm, ritme en herhaling sturen de lezer. Hetzelfde geldt voor veel Bijbelse teksten. Psalmen werken met parallellisme: een gedachte wordt herhaald, verdiept of tegenover een andere gedachte geplaatst. Profetische teksten gebruiken sleutelwoorden en klankherhaling. Verhalen kunnen eenzelfde woord op beslissende momenten laten terugkeren.

Wanneer de vertaler voor dat ene Hebreeuwse woord telkens een ander natuurlijk Nederlands woord kiest, kan de vertaling soepel lezen maar verdwijnt de herhaling. Kiest de vertaler steeds hetzelfde Nederlandse woord, dan blijft de literaire draad zichtbaar maar kan de stijl geforceerd klinken.

2. Woordspel is moeilijk te vertalen

Een woordspel ontstaat wanneer twee woorden op elkaar lijken of een woord meer dan één betekenis tegelijk oproept. Zulke effecten zijn vaak onmogelijk rechtstreeks over te zetten. Soms kan een vertaler een nieuw Nederlands woordspel maken, maar dan verandert de vorm. Soms wordt het woordspel in een voetnoot uitgelegd. Een voorbeeld is uit het verhaal van de slang en de appel (Genesis 3). De slang wordt 'arum' genoemd, van de stam 'aram' met betekenis 'listig', 'subtiel'. De slang verleidt Eva om van de appel te eten, waarna Adam er ook van bijt. Als God daarna terugkeert naar de Tuin, verstoppen Adam en Eva zich, omdat ze zich schamen voor hun naaktheid (daarvoor hadden ze daar geen last van). Het woord voor naakt nu is 'erom', van dezelfde stam 'aram'. Dit woordspel geeft een extra laag van betekenis aan de tekst. 

Bijbels Hebreeuws is hier bijzonder rijk aan, omdat woorden uit verwante wortels (stammen) kunnen worden gevormd. Een passage kan daardoor een netwerk van klanken en betekenissen bevatten dat in het Nederlands niet weergegeven kan worden.

3. Acrostichons (alfabetische gedichten)

Sommige Bijbelse gedichten zijn alfabetisch opgebouwd. Opeenvolgende regels of strofen beginnen dan met opeenvolgende letters van het Hebreeuwse alfabet. Psalm 119 is een bekend voorbeeld. Maar ook nagenoeg het gehele boek Klaagliederen is opgebouwd volgens het principe van een acrostichon. Hoofdstukken 1, 2 en 4 bevatten elk 22 verzen, beginnend volgens het alfabet. Hoofdstuk 3 bevat 3 x 22 verzen en hoofdstuk 5 weer 22 verzen (maar nu niet alfabetisch). Deze structuur is niet toevallig en drukt, los van de geschreven woorden, een extra boodschap uit. Nog een voorbeeld is Psalm 9 en 10. Samen vormen ze 22 verzen en zijn opgebouwd als een acrostichon. Deze Psalmen moeten dus samen gelezen worden. De structuur geeft hier dus heel concreet een aanwijzing voor de interpretatie van deze teksten. De betekenis die de structuur verleent aan een tekst is niet goed in een vertaling te vatten. De inhoud kan uitstekend vertaald worden, maar de alfabetische structuur verdwijnt meestal. Een vertaling kan proberen die structuur na te bootsen, maar moet dan vaak veel vrijer formuleren.

4. Structuur kan betekenis sturen: nog enkele stijlvoorbeelden

Teksten kunnen zorgvuldig zijn opgebouwd. Soms staat het belangrijkste element letterlijk in het midden van een passage. Het midden wordt dan aangegeven doordat er evenveel woorden aan voorafgaan als erna komen. Vaak is deze centrale zin ook afwijkend van lengte: veel korter of langer dan de andere zinnen. Wat vaak voorkomt in de Hebreeuwse Bijbel is een zogeheten 'concentrische structuur'. In deze structuur worden verhaalelementen genoemd (laten we zeggen a, b en c), met daarna het centrale gegeven van de tekst. Daarna worden deze elementen opnieuw genoemd, maar in omgekeerde volgorde (dus c, b en a). Dit is een manier van de auteur om aan te geven wat echt belangrijk is in zijn tekst. 

Klanken van woorden kunnen ook een tekst structureren en extra betekenis geven. Dit kunnen alliteraties zijn (eerste letter(s) van opeenvolgende woorden zijn dezelfde), maar ook de nabootsing van klanken waarover gesproken wordt (zoals een 'knetterend vuur' in Joël 2:5: de klanken van de gebruikte woorden doen denken aan zo'n vuur). 

Een lezer van de brontaal kan zo verbanden opmerken die in vertaling minder of niet zichtbaar zijn.

Daarom is het voor grondige Bijbelstudie nuttig om niet alleen losse verzen te lezen, maar ook te letten op grotere tekstgedeelten. Een goede studie-uitgave kan helpen door strofen, paragrafen en herhalingen typografisch zichtbaar te maken.

Het vertaalproces

1. De “interpretatiepoorten”

Je kunt het hele proces van vertalen zien als een reeks poorten waar de tekst doorheen gaat. Eerst formuleert een auteur een boodschap in zijn eigen taal. De oorspronkelijke hoorder moet die boodschap begrijpen. Eeuwen later probeert een vertaler dezelfde tekst te begrijpen vanuit een andere taal en cultuur. Daarna formuleert de vertaler de boodschap opnieuw in de doeltaal. Ten slotte leest een moderne lezer die vertaling vanuit zijn eigen ervaring.

Bij elke poort vindt interpretatie plaats. Dat betekent niet dat communicatie onmogelijk wordt. Mensen begrijpen elkaar dagelijks ondanks verschillen in achtergrond. Maar het maakt duidelijk waarom absolute één-op-één gelijkheid tussen brontekst en vertaling niet bestaat.

1Auteurbedoeling, stijl, cultuur
→
2Oorspronkelijke lezerbegrijpt en interpreteert
→
3Vertaleranalyseert en kiest
→
4Moderne lezerleest vanuit eigen wereld

2. Een vertaling is een vastgelegde interpretatie

Een vertaler moet beslissingen nemen. Zodra die keuzes in druk staan, worden ze voor de lezer “de tekst”. Dat maakt vertalingen machtig: een bepaalde keuze kan generaties lang bepalen hoe een passage gehoord wordt. Juist daarom is het verstandig om bij moeilijke of belangrijke teksten meerdere vertalingen te vergelijken en, waar mogelijk, toelichting bij de brontaal te raadplegen.

Dat hoeft niet te leiden tot wantrouwen tegenover vertalingen. Integendeel: goede vertalingen zijn het resultaat van veel deskundigheid en samenwerking. Maar ze blijven vertalingen. Geen enkele Nederlandse versie kan alle kenmerken van de Bijbelse talen precies reproduceren.

3. Waarom Bijbelse talen leren als er vertalingen bestaan?

Wie Hebreeuws of Grieks leert, krijgt geen magische toegang tot één verborgen “echte” betekenis. Ook kenners van de brontalen blijven interpreteren. Wel kan de lezer de keuzes van vertalers beter controleren, alternatieven zien en literaire verbanden herkennen die in een vertaling minder zichtbaar zijn.

Dat is vooral waardevol bij woorden met een breed semantisch bereik, dubbelzinnige grammatica, woordspelingen en herhalingen. Kennis van de grondtaal lost niet alle problemen op, maar laat zien waar de uitdagingen liggen.

4. Geloofstaal en wetenschappelijke analyse

Voor veel gelovigen is de Bijbel meer dan een historisch document: zij horen er Gods Woord in. Een wetenschappelijke vertaalanalyse stelt een andere vraag. Zij onderzoekt hoe menselijke taal werkt, hoe teksten zijn ontstaan en hoe betekenis wordt overgedragen. Die benadering hoeft een geloofsovertuiging niet te ontkennen, maar zij kan haar ook niet als taalkundige methode gebruiken.

Daarom vraagt wetenschappelijk Bijbelvertalen steeds aandacht voor de menselijke kant van de tekst: woorden, grammatica, stijl, cultuur, tekstgeschiedenis en lezers. Juist die concrete analyse maakt zichtbaar hoe rijk de tekst is.

5. De ideale vertaling bestaat niet

Een vertaling voor liturgie heeft andere eisen dan een kinderbijbel, een studievertaling of een eerste vertaling voor een nieuwe taalgroep. Voorlezen vraagt ritme en helderheid. Studie vraagt zichtbaarheid van details. Een kindervertaling vraagt eenvoud. Een missionair vertaalproject moet rekening houden met lokale cultuur en begrippenwereld.

De beste vraag is daarom niet: “Welke vertaling is absoluut de beste?” maar: “Voor welk doel is deze vertaling gemaakt, en welke keuzes horen daarbij?”

Verwerking

Zelftoets

Beantwoord eerst zelf. Open daarna het mogelijke antwoord.

1

Noem twee dingen die verloren kunnen gaan terwijl de woorden inhoudelijk toch goed vertaald zijn.

Mogelijk antwoord

Bijvoorbeeld klank, ritme, rijm, herhaling, woordspel, een alfabetische structuur of een terugkerende stam.

2

Wat bedoelt deze les met ‘interpretatiepoorten’?

Mogelijk antwoord

Dat betekenis op verschillende momenten opnieuw geïnterpreteerd wordt: door oorspronkelijke hoorders, de vertaler en de moderne lezer. Elke stap kan nuances toevoegen, verliezen of verschuiven.

3

Waarom is kennis van Hebreeuws of Grieks nuttig zonder dat daarmee alle interpretatieproblemen verdwijnen?

Mogelijk antwoord

Omdat je de keuzes en dubbelzinnigheden in de brontekst zelf beter kunt zien. De grondtaal biedt meer gegevens, maar ook die gegevens moeten geïnterpreteerd worden.

LES 5

Voorbeelden van vertaal-uitdagingen 

Zeven extra voorbeelden waarbij een keuze gemaakt moet worden

תרגום

In deze laatste les noemen we nog enkele concrete vertaalproblemen. Bij elk voorbeeld wordt daarbij de vraag gesteld: wat wil je als vertaler bewaren? De precieze vorm of de betekenis voor de oorspronkelijke hoorder/lezer van de tekst?

Voorbeeld 1 — Prediker 3:5: stenen wegwerpen en stenen verzamelen

In Prediker 3:5 staat letterlijk dat er “een tijd is om stenen weg te werpen en een tijd om stenen te verzamelen”. De woorden zelf zijn eenvoudig, maar de betekenis van de uitdrukking is voor een moderne lezer niet vanzelfsprekend. Het gaat hier om de gewoonte hoeveelheden met steentjes weer te geven. Een handelaar kon steentjes in een verzegelde kruik doen, zodat de koper kon controleren of hij alle goederen had ontvangen. Meer steentjes verzamelen betekende dan dat het bezit vermeerderde. Steentjes kwijtraken betekende vermindering van bezit.

Keuzevraag: laat je de oude uitdrukking in de vertaling staan en leg je haar uit, of vertaal je rechtstreeks de vermoedelijke betekenis: bezit vermeerderen en bezit verminderen?

Voorbeeld 2 — “Demon” of “voorouder”?

Een vertaler kan het nieuwtestamentische begrip voor “demon” met “voorouder” weergeven. Dat lijkt misschien een manier om een onbekend religieus begrip begrijpelijk te maken, maar in een cultuur waarin voorouders een belangrijke religieuze en sociale plaats innemen, roept “voorouder” heel andere (vaak positieve) associaties op dan “demon”. Beide begrippen betekenen iets totaal anders in een bepaalde cultuur / context. Het zegt dan ook meer over de vertaler en zijn opvatting om een demon en een voorouder aan elkaar gelijk te stellen, dan dat de vertaling recht doet aan de taal van de cultuur.

Keuzevraag: hoeveel betekenis voeg je onbedoeld toe wanneer je een begrip uit de brontekst vervangt door een cultureel bekend begrip dat niet precies hetzelfde betekent?

Voorbeeld 3 — Wie is de oudste van een tweeling?

Bij een vertaalproject in Benin bleek dat de vraag wie de oudste van een tweeling is niet overal hetzelfde wordt beantwoord. Voor veel Europeanen is dat degene die het eerst geboren wordt. Volgens de Adja-opvatting is het juist de tweede die als oudste wordt gezien: de eerste gaat namelijk vooruit om te controleren of alles geschikt is voor de komst van de oudere broer of zus...

Keuzevraag: wat gebeurt er in een vertaling wanneer een ogenschijnlijk eenvoudig begrip als “oudste” in de doelcultuur volgens een andere logica wordt begrepen?

Voorbeeld 4 — Wat is een 'onbesnedene'?

In 1 Sam. 17:26 zegt David over Goliath: 'Wie is toch deze onbesneden Filistijn?' De Israëlieten duiden met het woord 'onbesneden' een heiden aan die niet bij het volk hoorde. Het volk de Fon in Benin kent ook het woord voor 'onbesneden', maar bij hen betekent dit 'lafaard', 'bangerik'. Hoe kun je dit nu goed vertalen?

Keuzevraag: Hoe zou je “onbesneden Filistijn” vertalen in een taal waarin “onbesneden” vooral “lafaard” betekent, zonder de oorspronkelijke betekenis van iemand die niet tot het verbondsvolk behoort te verliezen?

Voorbeeld 5 — Herhalingen

Het Hebreeuws van de Bijbel kent vele herhalingen. In moderne literatuur worden herhalingen meestal gemeden. Men zoekt dan naar synoniemen of men verandert de zin, zodat niet telkens hetzelfde woord terugkeert. De Bijbelse manier van verhalen vertellen is voor een groot deel gebaseerd op het herhalen van woorden. We kennen waarschijnlijk de bekende uitdrukking in wat oudere vertalingen: 'en het geschiedde'. Dit keert regelmatig terug en geeft telkens een nieuw element in het verhaal aan. Het functioneert een beetje zoals de 'bullet-points' in een moderne tekst. De steeds terugkerende vorm geeft aan dat er telkens een nieuw element in het verhaal begint. Zoals gezegd worden deze herhalingen meestal niet vertaald (dus niet: 'en toen ... en toen ... en toen ...'), waarmee een deel van de structuur onvertaald blijft.  

Een woord kan binnen een tekst ook herhaald worden en kan daarmee een extra betekenis hebben. Wanneer een woord vaker voorkomt kan dit een signaalfunctie hebben en wijzen op een element dat de auteur wil benadrukken. In Jona komt bijvoorbeeld het woord voor 'bang' enkele keren achter elkaar voor. Moderne vertalingen zullen dit niet steeds willen herhalen, maar soms lukt het toch om de herhaling weer te geven en tegelijk te voldoen aan de eis om dezelfde woorden niet achter elkaar te gebruiken. We lezen dan het volgende:

De zeelieden werden bang.
De mannen werden doodsbang.
De mannen werden vervuld met bang ontzag voor de Heer. 

Opmerking/vraag: Wat kan er verloren gaan wanneer een vertaling de herhalingen uit de Hebreeuwse tekst wegwerkt, en wanneer zou je zo’n herhaling juist bewust proberen te bewaren?

Voorbeeld 6 — Het geklop van een hamer

We hebben reeds gesproken over de moeilijkheid om klanken in de oorspronkelijke taal over te brengen in een vertaling. Een mooi voorbeeld hiervan vinden we in Richt. 5:26. Jaël doodt hier Sisera, de legeraanvoerder van de Kanaänieten, met een hamer: 'Met een hand vatte ze een tentpin, met de andere een hamer. Ze dreef de tentpin door zijn slaap, spleet met een hamerslag zijn hoofd'. In het Hebreeuws wordt steeds hetzelfde klankpatroon herhaald en daarbij worden woorden gebruikt die 'hard' klinken. Er ontstaat bij voorlezing een soort staccato-effect: zoals de hamer die neerkomt op het hoofd van Sisera. 

Opmerking/vraag: Hoe zou je in een vertaling of bij het voorlezen het staccato-effect van de Hebreeuwse klanken in Richteren 5:26 kunnen proberen weer te geven?

Voorbeeld 7 — Tsav lakav, kav lakav

Misschien wel het mooiste voorbeeld is een tekst die zo moeilijk te vertalen is, omdat het helemaal in de war lijkt te zijn. In Jes. 28:10 komen onbegrijpelijke woorden voor waar veel vertalers hun tanden op stuk hebben gebeten. Letterlijk staat er het volgende: 'tsav latsav, tsav latsav, kav lakav, kav lakav'. Dit slaat eigenlijk nergens op, maar men heeft het toch proberen te vertalen, zoals bijvoorbeeld: 'gebod op gebod, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig' of 'wet op wet, eis op eis, hier wat, daar wat' of kleintje hier, kleintje daar'. Geen van deze vertalingen past in de context en is overtuigend. Het is een tekst die corrupt lijkt, verkeerd overgeschreven, vol met fouten. 

Maar wat als het nu juist de bedoeling van de schrijver was om een zin te schrijven die niet correct is, met woorden die in de war zijn als het ware? We kunnen hier heel goed te maken hebben met een tekst waarbij de vorm de inhoud volgt. Doordat de tekst in verwarring is, wordt het verhaal extra ondersteund. Dat dit inderdaad een plausibele verklaring is kunnen we afleiden uit wat aan de zin voorafgaat. In verzen 7-10 wordt verteld over priesters die wankelen en waggelen door de drank, ze zijn verward door de wijn. Waggelend hebben ze visioenen en zwalkend doen ze hun uitspraken. En dan volgt de zin die nergens op slaat, de zin die geschreven is alsof de dronken priesters aan het woord zijn. 

Vertaal dat maar eens... 

Opmerking/vraag: Wat zou je in Jesaja 28:10 vooral proberen te bewaren: de letterlijke woorden, de onbegrijpelijkheid van de zin of het effect van verward en dronken spreken? Hoe zou je dat in het Nederlands kunnen laten horen?

Een eenvoudige methode voor elke vertaalvraag

1Lees de contextWat gebeurt er in de alinea en het boek?
2Zoek de optiesWelke betekenissen of grammaticale lezingen zijn mogelijk?
3Bepaal de functieIs het woord informatief, poëtisch, symbolisch, humoristisch?
4Denk aan de lezerWat begrijpt of associeert de lezer in de doeltaal?
5Kies bewustWat wil je bewaren, en wat moet je eventueel toelichten?

Slot: een vertaling is een uitnodiging tot lezen

De Bijbel is voor de meeste mensen alleen toegankelijk dankzij vertalers. Dat is een enorme prestatie. Tegelijk is iedere vertaling een selectie van mogelijkheden. De vertaler probeert een oude tekst opnieuw te laten spreken in een nieuwe taal. Soms lukt dat bijna onzichtbaar, soms moet hij opvallende keuzes maken.

Wie dat weet, leest anders. Je hoeft niet bij ieder vers wantrouwig te worden, maar je kunt nieuwsgieriger worden. Waarom staat het hier anders dan in een andere vertaling? Waarom klinkt een zin zo vreemd? Wat betekenen de beelden die in een tekst gebruikt worden? Zulke vragen brengen je dichter bij de tekst, juist omdat je beseft dat vertalen geen mechanische omzetting is maar zorgvuldig interpreteren.

Verwerking

Zelftoets

Beantwoord eerst zelf. Open daarna het mogelijke antwoord.

1

Kies één voorbeeld uit deze les en benoem wat een letterlijke vertaling bewaart én wat zij mogelijk verliest.

Mogelijk antwoord

Er zijn meerdere goede antwoorden. Bij Amos 4:6 bewaart een letterlijke vertaling bijvoorbeeld het verrassende beeld van ‘schone tanden’, maar kan de betekenis ‘honger’ voor de moderne lezer verborgen blijven.

2

Wanneer is een voetnoot volgens deze cursus bijzonder nuttig?

Mogelijk antwoord

Wanneer de brontekst meerdere serieuze lezingen toelaat, wanneer een beeld cultureel vreemd is, of wanneer een belangrijk woordspel of semantische nuance niet goed in de hoofdtekst kan worden behouden.

3

Wat zijn de vijf stappen van de eenvoudige vertaalmethode?

Mogelijk antwoord

Context lezen; mogelijke betekenissen of lezingen verzamelen; functie van de formulering bepalen; rekening houden met de doeltaal en lezer; bewust kiezen wat je bewaart en wat je toelicht.