Een vertaling lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: je leest een zin in taal A en schrijft dezelfde zin in taal B. Maar zodra je het echt probeert, merk je dat taal niet uit losse etiketten bestaat. Woorden krijgen hun betekenis in zinnen, situaties, gewoonten en culturen. Daarom is vertalen nooit alleen woorden vervangen. Vertalen is voortdurend kiezen.
1. Brontaal en doeltaal
De taal waarin een tekst oorspronkelijk geschreven is, noemen we de brontaal. De taal waarin we die tekst overzetten, is de doeltaal. Bij de Bijbel zijn de belangrijkste brontalen Hebreeuws, (een beetje) Aramees en Grieks. Voor Nederlandstalige lezers is Nederlands de doeltaal. Dat klinkt overzichtelijk, maar tussen die talen liggen niet alleen eeuwen geschiedenis, maar ook grote verschillen in grammatica, woordgebruik, stijl en cultuur.
Neem de uitdrukking “spijkers op laag water zoeken”. Wie alleen woorden vervangt, krijgt bijvoorbeeld in het Engels iets als “to look for nails at low tide”. De woorden zijn herkenbaar, maar de betekenis is verdwenen. Een goede vertaler vraagt dus niet alleen: welk Engels woord hoort bij ‘spijker’? De echte vraag is: wat wil deze uitdrukking zeggen, en hoe zeg ik dát in het Engels?
Een vertaling is geen kopie van woorden, maar een poging om betekenis over te dragen.
2. Twee uitersten op één schaal
Bij Bijbelvertalingen wordt vaak gesproken over een letterlijke en een betekenisgerichte manier van vertalen. Het is nuttiger om die niet als twee volledig gescheiden methoden te zien, maar als twee uiteinden van een schaal. Aan de ene kant probeert een vertaling de vorm van de brontekst zo veel mogelijk zichtbaar te houden. Aan de andere kant probeert een vertaling vooral duidelijk te maken wat de tekst in de nieuwe taal betekent.
Een brontekstgerichte vertaling bewaart bijvoorbeeld vaker de volgorde van woorden, herhalingen en vaste termen. Dat is nuttig voor wie wil zien hoe de oorspronkelijke tekst is opgebouwd. Het nadeel is dat de Nederlandse zin stroef of vreemd kan klinken. Een betekenisgerichte vertaling kiest gemakkelijker een andere formulering als daarmee de bedoeling voor de lezer duidelijker wordt. Het voordeel is leesbaarheid; het nadeel is dat de interpretatie van de vertaler sterker in de uiteindelijke tekst naar voren komt.
De Statenvertaling is een bekend voorbeeld van een vertaling die relatief dicht bij de vorm van de brontekst wil blijven. Moderne vertalingen zoals de NBV/NBV21 proberen daarentegen vaker rekening te houden met de functie en betekenis van een zin in het geheel. Geen van beide benaderingen ontsnapt echter aan interpretatie. Ook de keuze om “zo letterlijk mogelijk” te vertalen is al een keuze.
3. Letterlijk kan onduidelijk worden
Stel dat een Bijbelse tekst zegt dat iemand “een harde nek” heeft. Een letterlijke Nederlandse vertaling is mogelijk, maar een lezer kan denken aan spierpijn. In de Bijbelse beeldtaal gaat het om koppigheid of onwil om zich te laten leiden. De vertaler moet dan beslissen: laat ik het beeld staan en verwacht ik dat de lezer het begrijpt, voeg ik uitleg toe, of vertaal ik meteen de bedoelde betekenis?
Dat probleem is nog duidelijker bij metaforen. In Amos 4:6 staat letterlijk een uitdrukking die neerkomt op “reinheid van tanden”. Wie dat zonder context leest, kan aan tandverzorging denken. In de tekst betekent het juist dat er niets te eten is: de tanden blijven schoon omdat voedsel ontbreekt. De vertaler kan dus het beeld bewaren of rechtstreeks “honger” weergeven. Beide keuzes winnen iets en verliezen iets.
4. Betekenisgericht kan te veel invullen
Ook een soepele vertaling heeft risico’s. Zodra een vertaler uitlegt wat een beeld “eigenlijk” betekent, legt hij één interpretatie vast. Misschien bevat het oorspronkelijke beeld meer lagen dan een Nederlandse omschrijving kan bewaren. Een beeld van een leeuw kan bijvoorbeeld tegelijk kracht, gevaar, koninklijkheid en dreiging oproepen. Wie het vertaalt met alleen “aanvaller”, maakt één aspect duidelijk, maar andere associaties verdwijnen.
Daarom is vertalen altijd zoeken naar evenwicht. Soms is een vreemd beeld juist waardevol en moet de lezer begrijpen wat het betekent in de oorspronkelijke context. Soms maakt een letterlijke weergave de tekst nodeloos onbegrijpelijk. Een goede vertaler vraagt telkens opnieuw wat in een tekst het belangrijkst is: de precieze vorm, de betekenis, het beeld, of een combinatie daarvan.
5. De vertaler is zichtbaar, ook wanneer hij onzichtbaar wil zijn
Vertalers proberen vaak zo weinig mogelijk tussen de tekst en de lezer te gaan staan. Toch is volledige onzichtbaarheid onmogelijk. De vertaler kiest welke betekenis van een woord past, waar een zin begint en eindigt, hoe een dubbelzinnigheid wordt opgelost en welke vertaalstijl geschikt is. Bij oude teksten komt daar nog bij dat de vertaler een wereld moet begrijpen die sterk verschilt van de onze.
Bijbelvertalen is daarom niet alleen taalwerk. Het vraagt kennis van geschiedenis, cultuur, grammatica, literatuur en interpretatie. Dat maakt vertalen niet onbetrouwbaar. Het maakt juist duidelijk waarom verschillende goede vertalingen naast elkaar kunnen bestaan. Soms laten twee vertalingen twee verschillende mogelijkheden zien die allebei in de brontekst besloten liggen.
vorm zichtbaar
Handig om herhalingen, woordkeus en structuur van de brontekst te herkennen.
functie zichtbaar
Handig wanneer een letterlijke formulering in het Nederlands iets anders oproept dan in de brontaal.
6. Waarom meerdere vertalingen lezen?
Wie zonder kennis van Hebreeuws of Grieks toch iets van de vertaalkeuzes wil zien, kan verschillende Bijbelvertalingen naast elkaar leggen. Als drie vertalingen bijna hetzelfde zeggen, is de betekenis waarschijnlijk relatief duidelijk. Als ze sterk verschillen, is dat vaak een signaal dat er in de brontekst meerdere mogelijkheden zijn: een moeilijk woord, een ongewone grammaticale constructie, een metafoor of een tekstvariant.
Dat is geen reden om te denken dat “alles maar relatief” is. Het betekent alleen dat taal rijker is dan een één-op-één woordenlijst. Een vertaling kan heel betrouwbaar zijn en toch niet ieder detail van de oorspronkelijke tekst tegelijk bewaren.